Samen met de belangenverenigingen van apothekers is nagegaan over welke functionaliteiten, die door externe eGezondheidsdiensten worden ondersteund, een apotheker minstens moet kunnen beschikken om zijn opdracht correct te kunnen uitvoeren. Voor elke functionaliteit zijn maatregelen genomen om de continuïteit te waarborgen indien bepaalde externe eGezondheidsdiensten niet beschikbaar zijn. Hieronder vind je een beschrijving van deze business continuity maatregelen per functionaliteit.

Authenticatie bij inloggen

Normaal authentiseert een apotheker zich bij het maken van een verbinding met externe eGezondheidsdiensten aan de hand van zijn elektronische identiteitskaart en de bijhorende PIN-code. Indien het gebruik van dit authenticatiemiddel niet mogelijk is, kan de apotheker zich authentiseren op basis van de eHealth-keystore (certificaat) en het bijhorend paswoord. Meer informatie over deze ‘fallbackprocedure authenticatie’ vind je hier.

Beschikken over een voorschrift

Indien het ophalen van een elektronisch voorschift op Recip-e ten gevolge van een belangrijk technisch probleem niet mogelijk is, kunnen elektronische voorschriften rechtsgeldig en met toepassing van de derdebetalersregeling uitgevoerd worden op basis van het papieren bewijs van het elektronisch voorschrift. Op dat papieren bewijs staat de RID vermeld. De patiënt moet dat papieren bewijs aan de apotheker bezorgen. De apotheker mag niet vergeten dat bewijs achteraf te bezorgen aan zijn tariferingsdienst.

Raadplegen van de verzekerbaarheidstoestand van een patiënt

Indien het elektronisch raadplegen van de verzekerbaarheidstoestand van een patiënt via het eHealth-platform niet mogelijk is, kan deze toestand rechtstreeks elektronisch geraadpleegd worden op het MyCareNet-platform van de ziekenfondsen. Meer informatie over deze ‘noodprocedure verzekerbaarheid’ vind je hier.

Indien het elektronisch raadplegen van de verzekerbaarheidstoestand van een patiënt ook via de ‘noodprocedure verzekerbaarheid’ niet mogelijk is, hangt alles af van de patiënt die zich aanbiedt in de officina. Gaat om een regelmatige patiënt, van wie de verzekerbaarheidstoestand recent (minder dan 30 dagen geleden) door de apotheker elektronisch is geraadpleegd, dan beschikt de apotheker over alle vereiste informatie en betalingswaarborg in zijn eigen software. Is dat niet het geval, dan heeft de apotheker twee opties: ofwel heeft hij vertrouwen in de informatie die de (gekende) patiënt geeft over zijn verzekerbaarheidstoestand, ofwel, bij twijfel, rekent hij de publieksprijs aan en geeft hij een formulier Bijlage 30 mee aan de patiënt, die daarmee een terugbetaling kan verkrijgen via zijn ziekenfonds.

Raadplegen van de akkoorden ‘hoofdstuk IV’

Indien het elektronisch raadplegen van het akkoord ‘hoofdstuk IV’ niet mogelijk is, kan aan de patiënt een papieren bewijs van het akkoord worden gevraagd.

Raadplegen en actualiseren van het Gedeeld Farmaceutisch Dossier (GFD)

Indien er geen elektronische verbinding is met het Gedeeld Farmaceutisch Dossier (GFD), kan dat niet worden geraadpleegd. Informatie die elektronisch naar het GFD wordt gestuurd ter actualisering, wordt echter in wacht geplaatst en wordt in het GFD opgeladen zodra de elektronische verbinding terug beschikbaar is. Daarvoor is geen enkele tussenkomst van de apotheker vereist.

Archiveren van uitgevoerde elektronische voorschriften (RAOTD)

Indien er geen elektronische verbinding is met het archief voor elektronische voorschriften dat de tariferingsdiensten aanbieden (RAOTD), wordt de archivering van de uitgevoerde elektronische voorschriften in wacht geplaatst en in het archief opgeladen zodra de elektronische verbinding terug beschikbaar is. Daarvoor is geen enkele tussenkomst van de apotheker vereist.